Een avontuur van Wieger Joel, geschreven door Jan Hartlief
De winter van 1979.

In de werkplaats bij Woltman stond een sneeuwschuif, deze was van de gemeente Gieten. Als het druk werd in de winter moest Woltman daarmee op pad. Tenminste dat waren de afspraken tussen de heren (Anjo) Knollema en (Appie) Warmolts. Het werd dik winter in 1979. Op de veertiende februari lag er een dik pak sneeuw, in combinatie met een harde wind, ook in de Ambachtstraat en de wind zorgde voor dikke sneeuwduinen. De auto’s van Woltman die op pad moesten waren al onderweg toen Wieger Joel op zijn werk verscheen. “Dan gao’k eerst maor even bij de garage, met de auto, d‘aol RAM. (een oud legervoertuig, dat de familie Woltman gebruikte)
Het bleef maar sneeuwde en er was geen ‘schoeven’ tegen. Wieger was net klaar toen Knollema er aan kwam lopen en hij vertelde dat er een strooiauto van de gemeente met pech in Gieterveen stond. Of ik die wel even wilde ophalen. Wieger: “Jawel, maor dan moet ik even overleggen met mien iespartners.”Appie Warmolts kwam er aanlopen en vroeg of er nog nieuw as. Wieger: “Ja snei! Nou, olderwets gedreum.” Toen het plein schoon was reed Wieger eerst naar loods om Henk Zwiers en Jan Oaral (bijnaam van Jan Oosting, de bijnaam komt van een merk eierkolen). Ze laadden hun materialen in en reden met de sneeuwschuif voor de auto richting Gieterveen. Tot Gieterveen was er niets aan de hand, maar toen ze op het dwarse deel richting Gasselternijveen reden lag er een hele hoge sneeuwduin. Net voorbij een lantaarnpaal aan de kant. Wieger tegen Henk en Jan: “Wil eein van je even oetstappen um te kieken of der nog argens een auto under de snei steeit. Gao maor een èeindtie wiederop staon en geef mij anwiezings, zodat ik de lanteernpaol niet raok.” Jan en Henk stapten alletwee uit en liepen op hun klompen een eindje vooruit. Ze wenkten mij dat de kust veilig was en Wiecher vertelt: “Noou, ik geef een straol gas en ik gao deur die sneiduun hèen. Ik zie veer klompen deur de locht vleeigen… Ik zet ’t spul stil, ik heur een geproest en daor kompt Henk en Jan under de snei vortkrupen.” “Och, man, man, man”, zegt Jan. “Wat is ‘t wat hè.” Ze klopten de sneeuw af, stapten in de auto en verder ging ’t, naar de Zwarteweg, naar de auto met pech. Die werd zonder problemen naar Gieten gesleept.
Na complimenten van Wienold Jeuring over het terugslepen van de gemeentelijke strooiauto vroeg hij Wieger of hij wilde proberen om de Gasselterdiek (de weg van Gieten naar Gasselte) schoon te maken en schoon te houden. Wieger heeft de hele middag heen en weer gereden over de Gasselterweg tot Wienand tegen zes voorstelde om maar te stoppen, waarop Wieger reageerde met: “Ik wol daj dat veer uur eerder zegt hadden.” Toen het sneeuwen stopte hebben Wieger, Jan en Henk nog de gehele avond geholpen met sneeuwruimen. Iedereen was druk in de weer met shovels; Vedder uit Eext, Dijkhuizen uit Gieterveen. Een tijd later hebben alle medewerkers nog een bedankbrief ontvangen.
Op de foto bij de bedankbrief staat de Simca van Knollema tussen metershoge sneeuwduinen

Terug naar: Oproepen-Agenda