Terug: Index feuilleton

Het jaar van de ooievaar - Gerard Nijenhuis

Aflevering 8

Er kunnen wel eens veranderingen komen in ons leven. Vader keek om zich heen alsof hij de wanden van de kamer bedoelde, die roerloos om hen heen stonden, zoals ze altijd gedaan hadden rond alle bewoners van dit zelfde huis. Veranderingen, die ook voor jou van belang kunnen zijn, begrijp je dat?

Gerhard knikte, zoals mensen zo vaak ja knikken, omdat het past in het ritueel van het gesprek. Hij knikte zonder dat hij er iets van snapte.

Ga dan maar naar school, m'n jongen, stamhouder van me!

Gerhard vloog de deur uit en liep door de voortuin naar de straat. Toen hij omkeek, zag hij zijn vader staan voor het raam, het horloge in de hand, kijkend of het al tijd was om naar Assen te gaan.

 

Toen hij op school zat, dacht hij aan zijn vader en ook aan moeder, die nu opstond en die hij 's morgens alleen in de slaapkamer zag - en hij vroeg zich af wat vader die morgen bedoelde.

Zo was hij nou vaker, zo geheimzinnig en mysterieus, zo gewichtig met zijn veranderingen ... Bah !

Misschien kreeg hij gewoon een ridderorde vanwege alle patrijzen, die hij geschoten had? Die kon hij dan op zijn groene jachtpak spelden en in de geweerkast bewaren.

Of zouden die veranderingen betekenen ...

Gerhard, lees eens verder. Weer wist hij het niet, waar ze gebleven waren. Meester zou opnieuw tegen vader kunnen zeggen: Ziet alle vogeltjes vliegen en zit te dromen boven zijn boek. 't Verstand is er wel, maar 't komt er niet uit !

Toen hij uit school kwam, was de kamer vol mensen. Hij bleef geschrokken bij de deur staan. Dominee zag hij eerst en die kwam op hem af en voor hij zijn vader of moeder gezien had, zei dominee Wiegers, terwijl hij zijn wijsvinger aan de mond legde, net zoals hij op de kansel ook kon doen:

Daar heb je de kleine burgemeesterszoon !

Opeens drong het tot hem door wat vader die ochtend bedoelde met de veranderingen, die op komst waren: Vader werd de nieuwe burgemeester van het dorp !

Vind je 't niet geweldig? vroeg ds. Wiegers.

Hij zei niets. Hij zag z'n moeder wat zenuwachtig in haar mooiste jurk en dan vader, tussen de notaris en de dokter, met glaasjes voor zich op de tafel. Een bloemenmand stond op tafel en de notaris zei: Het ging als een lopend vuurtje door het dorp, terwijl jullie op school zaten. En ds. Wiegers zei: We weten nu tenminste wie we krijgen, geen vreemde meneer uit ik weet niet waar vandaan.

Gerhard kreeg taart en voelde zich opgewonden. Hij was natuurlijk trots op zijn vader en onder de indruk van het gebeuren, maar tegelijk was hij angstig en vreemd. Want wat waren die veranderingen, waar vader op doelde?

Kan ik morgen wel bij de Jalvings spelen, mam?

Natuurlijk, glimlachte ze. Malle jongen die je bent.

 

Het was ook door deze gebeurtenis, dat Ben in hun leven binnenstapte. Met hetzelfde bloc, dat hij uit zijn jaszak trok, toen hij in het Holt was, kwam hij binnen, twee dagen nadat de benoeming was afgekomen en het meeste bezoek uit het dorp achter de rug was.

Hij had die ochtend een expresse-brief van Frederikse gekregen, die in zijn bekende telegramstijl schreef: Hoor dat in jouw dorp een nieuwe burgemeester is benoemd. Maak een kort portret van de man als je niet al te hard bezig bent aan je roman. Als je 't goed doet, plaats ik het in het zaterdag bijvoegsel. Is meteen een antwoord aan de leden van de boerenbond, die altijd beweren, dat wij in Den Haag geen belangstelling tonen voor het wel en wee van het platteland.

Ben was blij met dit alibi. Hij voelde zich nog lichtelijk schuldig vanwege de doorzichtige smoes, die hij bij de Wubbings had opgehangen en zocht naar eerlijker middelen om door te dringen tot de mensen en hun achtergronden.

Waarom staat dat portret van generaal Botha hier? vroeg Ben. En ik zie ook alle werken van Penning over de Boerenoorlog. Is dat uw jeugdlectuur?

Hmmm. De man tegenover hem keek hem aan. Hij had van Olga Wubbing gehoord over de vrijpostigheid van Ben en dacht, oppassen met die vreemde; maar hij mocht Ben vanaf het eerste ogenblik dat hij hem zag - en Gerhard had al zo enthousiast over hem verteld. Daarom was hij niet geneigd lang gereserveerd te zijn.

Weet u, zei hij, wij op het land, we voelen ons verwant aan de Boeren in Zuid-Afrika. Hun strijd is de onze.

U bedoelt? Ben vond het maar moeilijk om journalist te zijn ...

Nou, zoals zij opboksen tegen Engeland, zo boksen wij op tegen de stad, het westen, de regering, die niets van ons begrijpt. Vergeet u niet, dat we hier - net als de boeren in Zuid- Afrika - met niks begonnen zijn. Ik heb als kind - toen ik zo oud was als Gerhard nu - Drenthe nog gekend in zijn diepste armoede. Ik ben nu 43, nou zeg zo'n 30 jaar terug. Ik weet nog dat het 1900 werd en dat er grote stukken stonden in de krant over de nieuwe eeuw, die begonnen was en nu zou alles beter worden ... En de vooruitgang ... Ik heb de plaggehutten nog gekend en de armoede, de drankzucht, alles.

En nu?

De man betrok. Het is moeilijk, zei hij. De loonkosten zijn hoog. Neem mijzelf bijvoorbeeld. Ik doe weinig aan het bedrijf, ik heb er eenvoudig geen tijd voor. Als ik zie wat ik overhoud als ik het loon van de knechten er aftrek, dan kan ik net zogoed het land verhuren. Dan heb ik geen enkel risico en bovendien geen zorgen !

Ben dacht: Dit zou iets voor Frederikse zijn, hij met zijn economie en zijn machtsverhoudingen. Hij zou zich rotlachen als ie me hier zag zitten met een nieuwbakken burgemeester.

En vergeet u ook niet, dat het tijdperk van de machines is aangebroken. En dat kost investeringen. De boeren hebben het moeilijk en daarom vind ik - en dat zeg ik in alle bescheidenheid - dat deze benoeming passend is en gelegen komt voor het dorp.

U gooit uzelf niet weg. Ben lachte om z'n woorden te verzachten. De ander stond op het punt boos te worden, zei toen: Wilt u een borrel, deed de gewerenkast open - zodat Ben later in de beschrijving, die hij aan Gerhard gaf, zei: Toen dacht ik, daar ga je dan Ben! Maar toen hij de jeneverfles zag staan op een plankje boven de geweren met twee glaasjes ernaast, begreep hij, dat er wel gezegd zou worden daar ga je dan maar op een veel vreedzamer wijze.

Ze dronken en zwegen even.

De burgemeester, nog wat onzeker in zijn rol, zo schreef Ben later, is van nature begaafd met overwicht en met een stem, die - hoewel zacht van klank - toch dwingt tot luisteren. Hij heeft een hand, die even vast ligt rond het jachtgeweer als krachtig is als hij iemand de hand geeft. Hij komt voort uit een familie, die gewend is vooraan te staan, leiding te geven in de gemeenschap, waar ze al heel lang wonen. Een voorvader van de nieuwe burgemeester maakte in 1600 al deel uit van de etstoel, het oudste rechtscollege in Drenthe. Toen de boeren, die samen de marke vormen, een soort vereniging, die tot in de 19de eeuw het grootste deel van de gronden als gemeenschappelijk bezit beheerde, een volmacht moesten kiezen, kozen ze ook altijd één van de voorouders van deze man, die met zijn vrouw en zoon van negen woont op de voorvaderlijke hofstede.

Ben voelde, dat je je taal moest aanpassen aan de omgeving, waarover je schreef en deze volzinnen pasten niet alleen bij de nieuwe burgemeester, maar zouden het in Den Haag ook goed doen, zodat de droom van het gelukkige platteland, waar de mensen zomers een weekje naar de oogstende boeren kwamen kijken, ongestoord kon blijven bestaan.

Frederikse zou ongetwijfeld gelukkiger zijn met de alinea's, die hij op deze inzet van zijn artikel liet volgen en waarin hij schreef over de problemen van het platteland, de stagnatie in de landbouwprijzen, de stijgende loonkosten en de komst van nieuwe machines, die voor goed bewerken van het land onmisbaar waren, maar veel geld kosten.

Er heerst onvrede op het land, schreef Ben, verbaasd over zijn eigen uitspraken. En in het dorp hoopt men vurig, dat de nieuwe burgemeester, die ook in de landbouworganisaties actief is, zijn invloed zal kunnen aanwenden om verbetering te brengen in de regelingen, die voor de landbouw bestaan en die volstrekt ontoereikend zijn om de nood op te vangen.

Terug: Index feuilleton