Terug: Index feuilleton

Het jaar van de ooievaar - Gerard Nijenhuis

Aflevering 4

Ik heb het gekocht, zei Ben, toen hij de volgende dag de kamer van zijn hoofdredacteur binnenstapte.

Wat gekocht? De man achter het bureau keek niet op, maar woelde rustig door in de papieren, die op het bureau door een willekeurige hand leken te zijn uitgestort.

Zo was Frederikse altijd: zo verstrooid en verdiept in wat hem op dat ogenblik bezighield, dat hij al het vorige vergeten was.

Het huis, zei Ben. Het huis in Drenthe uit de advertentie 'met veranda en stallen, rustig gelegen in één der mooiste dorpen op de Hondsrug.'

Verrek, zei Frederikse, bijkomend uit zijn droom. Uit die advertentie, die je me voorlas? Je bent niet wijs.

Hij hield dat voor een goeie mop van de altijd speelse Ben, die hij een voortreffelijk journalist, maar een wispelturig schrijver vond; één van de mensen, die hun talent moeten verdoen op de korte baan, terwijl zij aan de lange afstand, de roman, nooit toekomen.

Voor Frederikse was Drenthe even ver als de Rivièra. Voor hem was Den Haag alles: Het Binnenhof, het nieuwe kabinet, de zittingen van de Kamer. Daar leefde hij als een slak in zijn huis. Hij kwam er alleen uit om zijn commentaren te schrijven, korte wrevelige stukjes, die door Colijn wel altijd werden gelezen, maar zelden met genoegen! Hij was zo onafhankelijk als 't maar kon, levend in zijn redactiekamer als een monnik in zijn cel.

Hij wist dat Ben een heel ander leven leidde. Voor Ben was de krant een noodzakelijk kwaad. Hij schreef erin om ervan te leven. En als hij dat deed, namen de woorden, die hij schreef, hem zo mee, dat hij toch wel plezier beleefde aan zijn werk. Hij zei vaak - ook om zichzelf gerust te stellen - om zich wijs te maken, dat hij de roman, die hij in schema klaar had, echt zou schrijven: Het is oefenwerk. Ik schrijf al die korte stukjes om los te komen.

Waarvan? Van dat milieu van je, burgerman, of van die vriendjes van je, met wie je je tijd vermorst? Man, als je schrijven wilt, schrijf dan! In godsnaam, je bent bijna 30 en je weet van niets.

En jij dan?

Ik wel !

Frederikse grinnikte en zei: Al die romans van je, hoeveel heb je d'r nou klaar?

Och zeur niet, zei Ben verlegen. Sla niet zo door.

Al die romans van je zijn niks waard. Vervalsingen. Versieringen. De tijd van de roman is allang voorbij. Wat we nu nodig hebben, zijn pamfletten, strijdschriften. Of nog beter: reportages.

Ben zuchtte en ging zitten, het werd hem duidelijk, dat hij voorlopig niets kwijt kon over zijn huis en zijn dorp.

Om een voorbeeld te noemen: Wedden, dat je niets weet van de wereld, waar je terechtkomt?

Ben keek hem vragend aan, met een glimlach om de lippen.

Babyface, kijk niet zo schuldig!

Ben werd niet kwaad. Deze man kon alles tegen hem zeggen zonder dat hij ooit kwaad zou worden. Hij vroeg zich voor de zoveelste keer af, waarom hij hem zo graag mocht.

Wedden, zei Frederikse, die zijn zinnen graag herhaalde en ze dan omkringelen liet door scheutjes rook, dat je niets weet over het leven van de mensen in dat dorp van jou?

Zeg, zei Ben, ik woon, pardon ik heb sinds één dag een huis, wat wil je nou?

Nee, maar ik denk, dat je er ook niet veel van zult weten. God Ben, niet om rot tegen je te doen, maar je zult me straks vast en zeker kunnen vertellen hoeveel ... nachtegalen er zijn ... en ooievaars voor mijn part ... en hoe mooi het er is en zo ... al die toeristen met hun geblaat over de prachtige natuur en maar niet zien, hoe arm de mensen zijn. Kijk je daar ook naar? Past niet in het schema van je roman, hè? Maar dat is het enige wat mij interesseert.

Ze zwegen even. Ben wist niet goed wat hij terug moest zeggen.

Als ik het goed volg, wat er gebeurt, dan zou het me niet verbazen als we sombere tijden kregen. Dat kleine beetje geld, dat er na '14-'18 in Drenthe verdiend is door de mensen, zou wel eens gauw weer verdwenen kunnen zijn. Die grond is dor, Ben en die dorpen zijn verkalkt. Daar zitten een paar rijke boeren, die de rest d'r onder houden. Waar of niet?

Ben haalde de schouders op. Hoe kon hij aan Frederikse iets duidelijk maken van het leven in het dorp? Hij kon hem toch moeilijk meenemen naar de rokerige gelagkamer van Harm en Lammechien, waar je het getik van de biljartballen hoorde tegelijk met de kwakende stem van Mans, die het dorpsnieuws van commentaar voorzag, zoals Frederikse dat deed bij het Haagse nieuws?

Wat kijk je droevig, man, vertel eens op, is het een mooi huis?

Ben antwoordde niet. Hij keek naar de man, die zijn baas was en realiseerde zich opeens, dat hij hun dagelijkse twistgesprekken zou missen.

Misschien heb je wel gelijk, zei hij. Weet je, ik maak van alles een droom. Ik deed het al als kind. Ik heb altijd verhalen gemaakt.

Maar wel erg weinig opgeschreven !

Ben wuifde ongeduldig met zijn hand. Stil nou. Daarom heb ik het juist gedaan. Als ik hier blijf hangen, komt er nooit wat van. Ik heb genoeg van al die toneelvoorstellingen en altijd weer dezelfde recensies. Ik wil schrijven. Ik wil een wereld kiezen en die beschrijven, vastleggen. Ik wil registreren net als jij, alleen andere feiten, andere dingen, andere mensen. Jij ziet alleen maar papieren mensen, rapporten, kamercommissies en wat de minister geantwoord heeft op die en die vragen. Jouw wereld is net zo goed een droomwereld als die van mij. Alleen, jij bent er nog onverdraagzaam bij ook. Als iemand niet leeft zoals jij, kluizenaar, als iemand van eten en drinken houdt en van de rest, dan begin jij al over sociaal onrecht. Ik vraag me af, of die politici van jou, die volgens jou de ware werkelijkheid vertegenwoordigen, nooit aan iets anders denken. Zijn die nooit verliefd? Hebben die nooit wat? Het enige wat mij interesseert, is wat gewone mensen doen, hoe ze zijn, hoe ze leven. Dat interesseert me, net als de wereld, waarin die mensen leven. Maar die politiek van jou is voor mij een schimmenspel.

Frederikse keek hem aan zonder iets te zeggen.

Al honderd jaar doen ze hier in Nederland aan politiek - sinds Thorbecke om maar iemand te noemen - maar dat land, waar ik ga wonen, man, dat is zo oud als de wereld. Wel eens een hunebed gezien? En een heideveld? En dan die brinken! Wat een bomen en geen auto's en geen trams ! Stik jij dan maar met je Binnenhof en je stadsverkeer en je rapporten en al dat politieke gekrakeel.

Goed, zei Frederikse, we kunnen nog uren doorgaan - jij tenminste, maar we moeten verder. Jij met je huis en je roman, ik met m'n stukkie. Wanneer vertrek je en hoe lang wil je hier nog blijven werken? Terwijl hij dit zei, pakte hij zijn kroontjespen, doopte die langzaam in de inktpot om met glashelder schrift door te gaan, middenin de zin, waar hij gebleven was.

Tja, dat is het nou juist, zei Ben. Ik wil daar wel wonen en ik heb ook wel wat geld, maar ik vroeg me af, of . . .

Of je geen pensioen kreeg? Godverdomme, klootzak! Gaat eerst als een gek halsoverkop een of ander huis kopen en komt dan vragen. .

Nou ja, zei Ben, ik zou toch reisbrieven of zo kunnen schrijven?

Frederikse lachte. Wel ja, reisbrieven uit Drenthe en dan allemaal in die zangerige stijl van je recensies over het Haagse toneel; allemaal even mooi, zodat de Haagse dametjes verrukt kunnen blijven. Nee Ben, zo gaat dat niet. Ik wil wel stukjes van je, maar dan heel anders. Jij mag voor mij over je dorp schrijven als je me vertelt wat er werkelijk aan de hand is. Ik hoef geen beschrijvingen van boerderijen, van klederdrachten. . .

Die zijn er haast niet meer, zei Ben.

Wat ik wil, is machtsverhoudingen, structuren, achtergronden. Goed?

Ik zal het proberen, zei Ben.

Frederikse keek hem aan. Hij zei opeens zachtjes: Natuurlijk laat ik je niet zitten, Ben, je kunt recensies voor me schrijven, korte verhalen ook, als ze maar puntig zijn en zonder maanlicht en zo.

Ben stond op. Frederikse bleef zitten en wat bijzonder was, hij reikte hem de hand. Ben drukte die even, was onbeholpen, glimlachte, wou van alles zeggen en toen: Het is zo'n machtig huis, Frederikse.

En toen Frederikse niet antwoordde, maar alweer verzonken leek in de volgende zin van zijn verzamelde commentaren, zei hij: Nou, tabé dan en bedankt.

Terug: Index feuilleton